Wetsvoorstel toegelicht


Wetsvoorstel over excessief lenen van de BV doet stof opwaaien!

Tijdige actie kan noodzakelijk zijn


Excessief lenen van de BV

Na een eerste aankondiging na Prinsjesdag 2018 is begin dit jaar het wetsvoorstel over excessief lenen van de BV (hierna: het wetsvoorstel) ter consultatie gepubliceerd. Op basis van dit wetsvoorstel zou vanaf 1 januari 2022 belasting verschuldigd zijn over de schulden aan de eigen BV, indien en voor zover deze meer dan € 500.000 bedragen. Schulden inzake de eigen woning zullen onder voorwaarden uitgezonderd zijn van deze regeling. Hoewel de inhoud van het wetsvoorstel mogelijk nog zal wijzigen in de definitieve versie, geven wij hierna graag al een toelichting op het wetsvoorstel. Te meer, omdat tijdige actie noodzakelijk zal zijn om onder de gevolgen van deze regeling uit te kunnen komen.


Doel van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel richt zich op de aanmerkelijk belanghouder (AB-houder). Een AB-houder is een aandeelhouder die, al dan niet tezamen met zijn of haar partner ten minste 5% van de aandelen in een BV bezit. Dit aandelenbelang valt in box 2 van de aangifte IB. De AB-houder kan liquiditeiten uit zijn BV halen als loon en/of in de vorm van dividend, hetgeen tot heffing van belasting (box 1 respectievelijk box 2) leidt. Een AB-houder kan echter ook liquiditeiten van zijn BV ‘lenen’, zonder dat daarover op dat moment enige belasting verschuldigd is. Volgens de wetgever leidt dit in de praktijk tot forse schulden aan de eigen BV en constateert de wetgever dat hiermee wordt bereikt dat belastingheffing langdurig wordt uitgesteld of zelfs tot afstel leidt. Door middel van dit wetsvoorstel wil de wetgever dit excessief lenen van de BV en dientengevolge het belastinguitstel en/of –afstel ontmoedigen.


Hoe ziet het voorstel er precies uit?

Indien een AB-houder en zijn partner tezamen meer dan € 500.000 van de eigen bv geleend hebben, dan zal het meerdere als fictief regulier voordeel in box 2 belast worden. Op het moment dat het wetsvoorstel ingaat, bedraagt het verschuldigde tarief in box 2 26,9% (nu nog 25%). Indien bijvoorbeeld het bedrag aan leningen van een AB-houder aan zijn eigen bv € 700.000 bedraagt, dan wordt een bedrag van € 200.000 als fictief regulier voordeel aangemerkt. De verschuldigde belasting in box 2 bedraagt dan € 200.000 x € 26,9% =
€ 53.800.

Welke schulden vallen er onder?

Zoals vermeld, gaat het ten eerste om de schulden die de AB-houder en zijn partner hebben aan de eigen bv. Het opvallende is dat er ten aanzien van de schulden geen onderscheid gemaakt wordt tussen zakelijk of onzakelijk, direct of indirect, gedekt of ongedekt en met of zonder zekerheid. Dit is erg pijnlijk voor diegene die tegenover hun schuld aan de BV effecten of (beleggings)vastgoed hebben staan. De enige uitzondering op de € 500.000-grens die gemaakt wordt, is de eigenwoningschuld, mits deze lening ook daadwerkelijk in box 1 als eigenwoningschuld in de aangifte IB opgenomen wordt. Voor eigenwoningschulden, die na 1 januari 2022 bij de eigen bv worden aangegaan, geldt nog als aanvullende voorwaarde dat er verplicht een hypotheekrecht gevestigd dient te worden, waardoor een bezoek aan de notaris noodzakelijk zal zijn.


De AB-houder wordt niet alleen in bovenstaande gevallen geconfronteerd met een fictieve heffing, maar ook als zijn eigen bv geld uitleent aan zijn eigen ouders en/of kind. Met name in het laatste geval kan dat tot problemen leiden bij de bedrijfsoverdracht aan het kind waarbij de overnamesom door het kind wordt schuldig gebleven aan de holding van zijn ouder.

Overige aspecten van dit wetsvoorstel

De voorgestelde maatregelen hebben fiscaal alleen gevolgen voor het aanmerkelijk belang in box 2. Indien de schuld in box 3 is opgenomen, blijft deze schuld ook na het in aanmerking nemen van het fictieve voordeel in box 3 staan en verlaagt het nog steeds de rendementsgrondslag van box 3.


In het wetsvoorstel zijn maatregelen opgenomen ter voorkoming van dubbele belasting, onder meer voor het geval er al eerder een fictief voordeel in aanmerking genomen is. In het eerdere beschreven voorbeeld zag je dat in jaar 1 een fictief voordeel in aanmerking werd genomen van € 200.000 (€ 700.000 minus € 500.000). Indien in jaar 2 de schuld € 800.000 bedraagt, wordt er opnieuw een fictief voordeel in aanmerking genomen maar nu over € 100.000, zijnde € 800.000 minus € 700.000. Dit komt omdat in het wetsvoorstel is opgenomen dat het maximumbedrag steeds wordt verhoogd met de eerder in aanmerking genomen fictieve voordelen. In het voorbeeld was het fictief voordeel in jaar 1 € 200.000. In jaar 2 wordt het oorspronkelijke maximumbedrag van € 500.000 verhoogd met € 200.000 tot een bedrag van € 700.000.


De voorgestelde maatregelen doen geen afbreuk aan het civielrechtelijke aspect van de lening. Dit betekent, dat ondanks er een fictief voordeel in aanmerking wordt genomen, de lening civielrechtelijk blijft bestaan. De schuld met de overeengekomen voorwaarden, zoals rente- en aflossingsverplichtingen, zullen intact blijven.

Tot slot

Het wetsvoorstel is gericht op het terugdringen van de schulden van AB-houders aan hun eigen BV. De maatregelen zullen naar aller waarschijnlijkheid per 1 januari 2022 in werking treden. Binnenkort zal het definitieve wetsvoorstel komen, waarbij de vraag gesteld kan worden of de huidige vorm ongewijzigd in stand blijft, gezien de kritieken die er bestaan. De AB-houders hebben tot 1 januari 2022 de tijd om op deze wetgeving te anticiperen.


Het is verstandig om nu al te gaan bekijken in hoeverre de toepassing van deze (voorgenomen) wet kan worden voorkomen of beperkt. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het aflossen van de schuldpositie door middel van een dividenduitkering. In 2019 kan hiermee een fiscaal voordeel behaald worden, omdat dividend in 2019 nog belast is tegen 25% en het tarief in box 2 na 2019 stijgt tot uiteindelijk 26,9%.


Heb je vragen over dit wetsvoorstel of wil je dat wij samen met jou bekijken in hoeverre de toepassing van dit wetsvoorstel in jouw geval vermeden kan worden? Neem dan contact op met één van onze adviseurs!

Neem contact op voor persoonlijk advies


Stefan van Boxel | 088 0320 714 | svanboxel@accountanders.nl