Fiscaal artikel

Er was eens...

Er was eens...


... een broer van een belastingadviseur die een cafetaria wilde gaan exploiteren. Na een lange zoektocht vond hij een leuk ‘frietkot’ dat hij in pachtvorm kon gaan uitbaten. Naast de koelingen die in het frietkot aanwezig waren, behoorden er ook 2 enorme vrieskisten en 1 manshoge koeling tot de inventaris. Voor die laatsten was er geen plaats in het frietkot.


Het appartement van de frietbakker was niet geschikt om de externe inventaris onder te brengen. De ouders van de frietbakker beschikten over een garage die wel geschikt was. Zij wilden hun zoon graag helpen met de opstart van zijn eerste ondernemersactiviteiten en boden hem dan ook aan dat de externe inventaris bij hen in de garage mocht worden ondergebracht. Dit wel op voorwaarde dat de frietbakker zelf voor ruimte zou gaan zorgen zodra de resultaten van de cafetaria langdurig positief bleven.


Al snel bleek het uitbaten van de cafetaria een doorslaand succes. Iedere week werden honderden kilo’s friet gebakken en ook de snacks vonden gretig aftrek.

De ondernemende zoon wist derhalve wat hem te doen stond; ruimte zoeken om de externe inventaris onder te brengen. Wat bleek echter, de ene ruimte was om praktische redenen niet geschikt, de andere om financiële redenen onaantrekkelijk.


Net als iedere goede ondernemer kon ook de frietbakker ‘out of the box’ denken. Hij zag een woning voorbij komen met een externe berging die zeer geschikt zou zijn om de externe inventaris onder te brengen. Hij besloot dan ook de huur van zijn appartement op te zeggen en te verhuizen naar de woning met externe berging.

Tijdens het verhuizen merkte de broer, die belastingadviseur is, op dat volgens hem op basis van recente jurisprudentie van de Hoge Raad ruimte zou moeten zijn om de verhuiskostenaftrek van € 7.750 (vast), te vermeerderen met de kosten van het overbrengen van de inboedel, te claimen. Omdat de broers het adagium “met uw familie zult gij geen zaken doen” volgen, zou de adviseur van de frietbakker dit dienen te verwerken in de aangifte inkomstenbelasting van de frietbakker. De adviseur van de frietbakker bleek helaas niet zo goed op de hoogte van de wet-, regelgeving en jurisprudentie en meende dat de aftrek niet mogelijk was. De aangifte van de frietbakker werd dan ook zonder de aftrekpost ingediend bij de Belastingdienst. Gelukkig voor de frietbakker biedt de door de Belastingdienst opgelegde belastingaanslag nog een mogelijkheid om bezwaar te maken. Dit wilde de broer van de frietbakker wel doen; het was immers voor de frietbakker een spel “zonder niet-en” en hun familierelatie zou dus geen gevaar lopen.


Kort en goed kwam het na een langdurige uitwisseling van standpunten tussen meerdere medewerkers van de Belastingdienst en de broer van de frietbakker tot een rechtszaak. Deze werd beslecht in het voordeel van de frietbakker. Al met al kreeg de frietbakker door de extra aftrekpost een bedrag van rond de € 4.000 netto terug van de Belastingdienst.


Vrij naar: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, nr. 16/1091


Heb je een vergelijkbare of compleet andere situatie die je graag fiscaal wilt laten toetsen, weet dan dat de broer van de frietbakker ook graag voor jou klaar staat. Voel je vrij om contact met mij op te nemen.


mr. drs. Harm Holierhoek

Belastingadviseur

T. 088-0320736

E. hholierhoek@accountanders.nl